nederlands en français
links    contacteer ons    sitemap     
 Boomkwekerij
De Linde

    Bart Dequidt




Boomkwekerij De Linde
Bart Dequidt
Nieuwstraat 70
8956 Kemmel
tel : 057/44.63.49






download PDF cataloog

Kwaliteit en milieuvriendelijk telen zijn troef!

Uit respect voor de klant en voor onze leefomgeving stellen wij deze twee eisen steeds voorop. Om dat te kunnen waarmaken, moet er wel hard gewerkt worden. Aan de hand van onderstaande teeltbeschrijving hopen wij u te kunnen overtuigen dat aan deze eisen voldaan wordt.

Bemesting

Uiteraard is scheikundige bemesting in een ekologisch bedrijf uit den boze. Met de afvalstoffen die we produceren (zomer- en wintersnoeihout, gras, tuin- en keukenafval, een beetje stalmest), maken we compost. Daaraan worden ook nuttige micro-organismen toegevoegd, die het organisch materiaal omzetten tot voedingsstoffen en de bomen helpen om zich te verdedigen tegen schadelijke organismen. Die compost wordt uitgestrooid op leeggekomen percelen (om de 2 tot 5 jaar). Op de percelen waar bomen staan, geven we organische meststoffen, zoveel mogelijk van plantaardige oorsprong (bijv. moutkiemen, vinasse, …)

Onkruid

De onkruidbestrijding gebeurt hoofdzakelijk mechanisch (hakken, wieden, aanaarden, schoffelen, frezen), zodat de bodem levend en luchtig blijft. Dit is een arbeidsintensieve aktiviteit. Onder hoogstam appel en peer wordt vanaf het derde jaar witte klaver gezaaid, met de bedoeling het onkruid te onderdrukken. Klaver heeft als bijkomende voordelen dat het stikstof (d.i. een voedingsstof voor de planten) uit de lucht trekt en in de grond vastlegt en dat het op hellende terreinen erosie tegengaat. De bessen worden op afbreekbare zwarte plastiek geplant om het onkruid te onderdrukken. Om de werkdruk in het voorjaar op te vangen, worden nog een klein beetje scheikundige bestrijding toegepast.



Plagen en ziekten

Vooreerst worden een aantal teeltmaatregelen genomen die de uitbreiding van ziekten en plagen afremmen: gebruik van resistente rassen, teeltwisseling, geen grote oppervlaktes van dezelfde cultuur, ruime plantafstanden, beperkte stikstofbemesting, geen zware machines die de grondstructuur kapot maken, humusgehalte en microbieel bodemleven op peil houden, niet-kerende grondbewerkingen. Bovendien is heel het perceel omheind met een gemengde haag van streekeigen struiken, wat het overleven van insektenetende vogels en roofinsekten in de hand werkt. Die haag dient ook als windscherm en erosiebestrijding en ze staat daar mooi te zijn. Zo leveren we een bijdrage tot de verfraaiing van het landschap.

Door niet systematisch te spuiten met scheikundige produkten tegen insekten en mijten, hebben we op de duur een natuurlijk evenwicht gekregen: d.w.z. er zijn nuttige insekten en mijten in de kwekerij, die de schadelijke onderdrukken. Belangrijke belagers hebben wij zo onder controle gekregen: bladluizen, spint, wollige bloedluis, ... zelden moet er nog eens ingegrepen worden tegen een plaatselijke aantasting door luizen of bessebladwesp. Dat gebeurt zoveel mogelijk met selectieve middelen, die de nuttige insekten sparen.

Schurft en witziekte worden voorbehoedend en selectief (alleen de gevoelige rassen) behandeld met het minerale produkt zwavel (erkend in de bioteelt). Produkten op basis van koper, die zeer goed werken tegen schurft, zijn taboe bij ons, omdat ze te veel het bodemleven verstoren.

Sinds 2010 behandelen we heel wat gewassen met plantenversterkende middelen: Oenosan (op basis van kalk), Microferm (een mengsel van nuttige micro-organismen) en Pireco-producten (insectenwerende middelen op basis van kruiden). Zo hebben we bijv. de leibomen duidelijk zien verbeteren in groei. Leibomen staan nogal onder stress, omdat ze in een bepaalde vorm gedwongen worden.

Wij zijn lid van V.M.S. (Vlaams Milieuplan Sierteelt), d.i. het Vlaamse luik van M.P.S. (Milieuplant Sierteelt), dat in Nederland ontstaan is. Dat organisme controleert zijn leden op het gebruik van bestrijdingsmiddelen, meststoffen en energieverbruik en gaat na hoe de afvalverwerking op het bedrijf gebeurt. M.P.S. heeft ons de kwalificatie A (= hoogste) toegekend, met een puntentotaal van 100/100. Voor meer info: www.vms-vzw.com.


Rooien

Om in het najaar vroeger te kunnen rooien en verkopen, spuiten andere kwekers koperoxychloride over de planten, zodat de bladeren sneller vallen. Bij ons begint het rooien pas als de meeste bladeren op natuurlijke wijze zijn gevallen (begin tot half november). Indien de gerooide bomen niet onmiddellijk verkocht worden, gaan ze dezelfde dag weer de grond in (we noemen dat inkuilen), zodat de wortels niet kunnen uitdrogen. Zo koopt u steeds vers plantenmateriaal bij boomkwekerij De Linde.

Rassenkeuze

Wij kweken de rassen in de boomvorm waarvoor ze geschikt zijn. Vandaar dat sommige rassen alleen als laagstam, andere alleen als half en hoogstam beschikbaar zijn. Er zijn veel waardevolle oude rassen in de lijst opgenomen, die vaak ook typisch zijn voor een bepaalde streek.

Zo vindt u bij ons de RGF- en ENR-rassen, die bijzonder weerstandbiedend tegen ziekten zijn, en een aantal schurftresistente appelrassen. Voorts zijn de 7 stekelbesssoorten die in het sortiment voorkomen, zeer weerstandbiedend tegen de gevreesde kruisbessenmeeldauw (witziekte). Bij kersen hebben we een aantal nieuwe rassen opgenomen die sterker tegen ziektes en minder barstgevoelig zijn.

Tussen en onderstammenkeuze

We zoeken altijd de beste oplossing voor de klant en niet de meest commerciële voor de boomkweker. Enkele voorbeelden.
Voor half- en hoogstambomen gebruiken we zaailing als onderstam, omdat die een meer gevarieerde voorraad aan erfelijk materiaal heeft, waardoor de boom meer ziekteresistent is. Laagstamappelen worden op de matig zwak groeiende M 26 en MM 1O6 geoculeerd en niet op de zeer zwakke M 9 of M 27, zodat ze ook op minder groeikrachtige gronden goed gedijen en tot 25 jaar oud kunnen worden. Bij kers, abrikoos, amandel en kweepeer in halfstam heb je de keus tussen sterkgroeiende en zwakgroeiende bomen. Perzik en nectarine halfstammmen staan altijd op de zwakgroeiende Saint-Julien A onderstam.

We zijn één van de weinige kwekerijen die voor laagstam kers de bijzonder interessante Gisela 5-onderstam gebruikt: daarop worden de bomen gemiddeld maar 4 m hoog.

Voor hoogstamkersen wordt nooit de gangbare F 12/1 onderstam gebruikt, omdat die gevoelig is voor wortelknobbelbacterie. We enten hem wel als tussenstam, omdat hij mooi recht en vrij van knobbels is. Bij de laagstamperen zijn een aantal rassen slecht verenigbaar met de kwee onderstam. Na enkele jaren kunnen ze afbreken bij hevige wind of zware vruchtdracht. Daarom kweken wij ze op met een tussenstam die wel goed aangroeit op de kwee. Half en hoogstambomen van appel worden zoveel mogelijk gevormd met het ras Keuleman als tussenstam, dat zeer sterk is tegen kanker en schurft. Bijgekochte bomen zijn niet geënt met Keuleman als tussenstam.

dubbele vlakke snoer - schuine palmet - Verrier-palmet


Kwaliteit in cijfers

Bij grootfruit (appel, peer, pruim, kers, kriek, mispel, perzik, noot) worden de volgende minimale stamlengten aangehouden:
laagstam 50 cm
leiboom vertakt 30 cm boven de entplaats (stam is ongeveer 45 cm): foto's zie hierboven.
halfstam 130 cm
hoogstam 200 cm.

De stamomtrek op 1 m hoogte bij half en hoogstam is minimaal 6 tot 8 cm, maar meestal 8 tot 10 of 10 tot 12 cm.
Alle bomen hebben minstens 4 takken bij levering, tenzij anders vermeld. Wij streven ernaar om bomen met een dominante harttak op te kweken (methode aanbevolen door Marc Lateur van het Département lutte biologique et ressources phytogénétiques van het C.R.A. in Gembloux).

Het kleinfruit wordt in struikvorm of op stam gekweekt. Veel kleinfruitplanten, en zeker die die in pot gekweekt worden (druif, braambes, kiwi, kiwibes, blauwbes, bosbes, bosaardbei) worden bijgekocht in betrouwbare kwekerijen die zich op die teelten toeleggen.


Moerplanten

Om de soortechtheid van ons plantmateriaal te verzekeren, hebben wij destijds ons ent en stekhout aangeschaft bij erkende proef en onderzoekscentra (rijksstation voor planten¬ziekten te Gembloux, studiecentrum voor teelt van steenfruit te Rillaar, Ferme du Héron te Villeneuve d’Ascq, proeftuin voor kleinfruit te Tongeren), tuinbouwscholen (Vilvoorde, Melle) en gecontroleerde verzamelingen (Nationale Boomgaardenstichting, enthoutparken van Destelbergen en Ormeignies).

In de kwekerij is een moerbed aangelegd waar enkele struiken en bomen van elk ras geplant worden met de naam erbij, zodat vergissingen bij het snijden van het vermeerderingshout bijna uitgesloten worden.


© 2019  Bart Dequidt   |   Nieuwstraat 70, 8956 Kemmel   |   tel 057/44.63.49
  website gemaakt en onderhouden met : horticus.net